Alle kinderen naar school
Stop kinderarbeid
Microkrediet voor vrouwen
Duurzame koffie, eerlijke prijs
Jongeren leren een vak
Eerlijke handel
Een zeker inkomen voor gezinnen
Moeder- en kindzorg

Trouw: Scholenband geeft Tilburg verre vrienden

 REPORTAGE | MARTEN VAN DE WIER − 17/04/13, 00:00

Een jaren '80-reliek, maar het werkt nog steeds. Tilburg heeft al jaren banden met Nicaragua. Deze week, tijdens het jubileumfeest, willen Tilburgse scholen andere onderwijsinstellingen inspireren tot lange vriendschappen over de grens.

 'Moeder' Eve van Berkel kijkt haar twee kinderen aan. "We komen geld te kort. Jullie moeten gaan werken." 'Vader' Joep Lenting leest nog even zijn rolbeschrijving. "Ik moet eigenlijk geld verdienen voor mijn gezin, maar dat lukt niet. Ik drink te veel. O, leuk, dan mag ik straks mijn kinderen slaan."

Het is zo'n beetje de enige incorrecte opmerking waar je hem en zijn klasgenoten van basisschool Panta Rhei in Tilburg op kunt betrappen. Tijdens een 'inleefatelier' spelen de wereldwijze groep 8'ers het leven in Nicaragua na. Joep ligt laveloos over een kist. "Het beste dat ik kan doen, is de drank vaarwel zeggen en een baan zoeken", zegt hij, als hij overeind komt. "Maar dat gaat niet, omdat er geen werk is. Ik kan mijn schoenen aan een boom hangen. Dat betekent dat je een verkooppunt voor drugs hebt." Hij zucht. "Ik voel me heel slecht."

trouw4kl

In het lokaal staan decorstukken die een school, een huis, een kralenfabriek en een winkeltje voorstellen. Alle groepen van Panta Rhei spelen hier tijdens de 'Nicaragua-weken' een uur. Voor de kinderen in groep 8 is dit de achtste keer dat ze stilstaan bij het Centraal-Amerikaanse land.

De band tussen hun school, collega-school De Zonnesteen en vijf Nicaraguaanse scholen is al een kwart eeuw oud. Zaterdag vieren de scholen dat jubileum met een symposium voor andere onderwijzers. Ze hopen dat scholen hun voorbeeld volgen, en ook duurzame banden aanknopen met een ontwikkelingsland.

Een scholenband met Nicaragua? Dat klinkt erg 'jaren '80' - en dat is het ook. In 1988, toen de scholenband ontstond, was Nicaragua hip. Een paar jaar eerder hadden de linkse Sandinisten het bewind van dictator Somoza omver geworpen. Om de Sandinisten een steuntje in de rug te geven, trok jong en links Nederland naar Nicaragua. Bouwcomités hielpen bij het maken van scholen.

Gé Mooren, die lange tijd op een voorganger van Panta Rhei werkte, en Frans Couwenberg, adjunct-directeur van De Zonnesteen, zijn al jarenlang de drijvende krachten. Beiden zijn getooid met een ferme witte baard. In het begin was het een links feestje, erkent Mooren. Hij sloot zich aan bij een bouwgroep van het solidariteitscomité, dat was opgericht door een groep studenten en docenten van de Tilburgse universiteit. "Ik ben uit overtuiging daarheen gegaan. Amerika vond het maar niets, die linkse rakkers in hun achtertuin."

Toen Mooren later in het Tilburgse onderwijs aan de slag ging, hield hij contact met het kleuterschooltje dat hij hielp bouwen. De school zit nog steeds in dat gebouw, en het contact is er ook nog. Al snel kwamen er andere scholen bij. Mooren, en sommige andere linkse oude rotten, hadden het even moeilijk toen in 1990 een rechtse president aan de macht kwam. "Maar we zijn doorgegaan. Uiteindelijk gaat het om de kinderen daar en de kinderen hier", vindt Mooren.

Een kwart eeuw later heeft de scholenband niets meer met politiek te maken, verzekert Couwenberg. "Andere scholen doen dit jaar Chili, volgend jaar Bangladesh, enzovoort. Steeds gaat het over de ellende daar, armoede, te weinig eten. Maar om echt met de kinderen zo'n land te verkennen, daarvoor is te weinig tijd. Omdat wij Nicaragua zo lang volgen, gaan we echt de diepte in, en kunnen we ook laten zien wat de rijke dingen zijn aan het leven daar. Wij doen dat met Nicaragua, maar scholen kunnen dit ook doen met India, of welk land dan ook. Als het maar leidt tot meer begrip."

In die 25 jaar sprokkelden de Tilburgse basisscholen ruim vijf ton bij elkaar (inclusief de verdubbeling van het geld door hulporganisatie Hivos). "In het begin waren we nog heel naïef", zegt Mooren. "We hebben bijvoorbeeld een keer van het ingezamelde geld hier spullen gekocht. Maar met dat geld dat het verschepen kostte, hadden we veel beter de lokale economie daar kunnen stimuleren."

Begin jaren negentig was een Tilburgse delegatie erbij toen twee leslokalen werden geopend, die met zo'n 7000 ingezamelde guldens waren gebouwd. "Een paar jaar later was alles weg", vertelt Mooren. "Hadden ze met hulp van een andere geldschieter een nieuw gebouw gebouwd." Couwenberg: "Blijkbaar stond dat eerdere gebouw verkeerd, er gleden soms modderstromen het lokaal in." En dat terwijl de school zelf de plek had uitgekozen. "We hebben de vriendschap met die school vijf jaar in de koelkast gezet", vertelt Couwenberg.

Inmiddels is de hulp flink geprofessionaliseerd. Met de vijf partnerscholen gaat het zo goed, dat het geld van de scholenband ook op dertien andere scholen in de regio rond Matagalpa wordt ingezet. Dat was voor de vijf originele scholen in de stad even slikken, maar ze hebben zich daar nu bij neergelegd.

"Scholen op het platteland kunnen de hulp veel beter gebruiken", zegt Marta García, voorzitter van het comité dat in Nicaragua over de besteding gaat. Ze is samen met schooldirecteur Manuel Lopez in Nederland vanwege het jubileum. "De vriendschapsband is klein begonnen, maar nu hebben we talloze projecten", vertelt García, bladerend in een pak papier met resultaten. "De hulp heeft een gigantische impact in de regio." De scholen hebben nu waterdichte gebouwen en werkende toiletten, de kinderen krijgen schriften, potloden en rugzakjes. Volgens García houdt de samenwerking zo lang stand omdat iedere twee jaar een groep Tilburgse onderwijzers in Matagalpa komt kijken. Ze vliegen op eigen kosten, in hun eigen vakantie. De scholenband blijft zo leven bij jongere collega's. Arrogant zijn de Nederlanders niet, zegt García desgevraagd. "Er is veel wederzijds respect."

Alle bestedingen worden met bonnetjes verantwoord. Dat is in Nicaragua niet de gewoonte, en een flinke belasting voor het comité van García. Maar voor de Tilburgers is het een voorwaarde. De scholen werken nu met hulporganisaties aan het millenniumdoel om alle kinderen in het departement Matagalpa in 2015 naar school te laten gaan. Op dit moment gaat al 97 procent naar school, vorig jaar zo'n duizend kinderen met Tilburgse hulp. Aan de andere kant waren er dat jaar ook ruim 600 drop-outs. Veel ouders halen hun kinderen van school om op koffieplantages te werken. De armoede blijft een taai probleem.

In het inleefatelier vult Olivier Marres zakjes bonen om te verkopen. "Als je je huiswerk maakt met een bakje chips erbij, is het wel belangrijk om te weten dat niet iedereen het zo goed heeft als wij", vindt Olivier. Bij de jaarlijkse sponsorloop loopt hij de meeste rondjes van de hele school, vertelt hij trots. De klas schrijft ook brieven aan Nicaragua, in het Spaans, met een hulpboek erbij.

De achtstegroepers vinden het inleven geweldig. Een meisje vertelt hoe ze geld heeft gestolen, om aan eten te komen. Anderen hebben schoenen gepoetst. "Heel leuk voor een keer", zegt Daphne van der Heijden. "Maar als ik dit echt elke dag zou moeten, zou ik het niet leuk vinden."

Vijftien banden met Nicaragua

In Nederland zijn, voor zover bekend, nog vijftien scholenbanden met Nicaragua. Iedere scholenband gaat samen met een stedenband. Onder meer Amsterdam, Nijmegen, Rotterdam, Utrecht en Zoetermeer hebben banden. De Tilburgse scholenband is de oudste, en een van de meest actieve. Hoeveel steden- en scholenbanden met andere landen bestaan, is volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten niet bekend.

 

 

 

Contact | Steun ons | Colofon

Copyright © 2015 Stichting Stedenband Tilburg-Matagalpa - bankrekening NL53 RABO 0170 2385 63 - telefoon 013-5368706